Tagarchief: kila van der starre

3000ste gedicht aangemeld op Straatpoezie.nl

Het gebeurde een tijdje geleden alweer: het 3000ste gedicht werd aangemeld op Straatpoezie.nl, de crowdsourcingswebsite die ik in de Poëzieweek van 2017 lanceerde in het kader van het doctoraatsonderzoek dat ik bij Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht deed naar ‘poëzie buiten het boek’.

In november 2018 werd het 2000ste gedicht toegevoegd en daar schreef ik toen dit stuk over voor Neerlandistiek.nl. Nu zijn we alweer bijna vier jaar verder – mijn proefschrift Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik van poëzie (2021) heb ik ondertussen verdedigd en gepubliceerd als open access e-boek – en is de teller op Straatpoezie.nl dus de 3000 gepasseerd.

Het 3000ste gedicht is een mijlpaal voor Straatpoezie.nl en vormt een moment om een blik te werpen op de stand van zaken. Wat kan er tot nu toe geconcludeerd worden?

Lees het complete artikel hier op Neerlandistiek.nl.

Artikel in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde

Samen met Sander Bax, Jeroen Dera en Anne Oerlemans publiceerde ik het artikel “Het literaire veld als schema. Actuele kanttekeningen bij een dominant model in de neerlandistiek” in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (138.2, 2022, p. 164-180).

Lees het artikel hier online (open access).

De inleiding van het artikel gaat als volgt:

In 2021 was het vijftien jaar geleden dat  (2006) verscheen, het boek waarin de Groningse modern letterkundige Gillis J. Dorleijn en de Tilburgse cultuursocioloog Kees van Rees een weerslag gaven van het door nwo gefinancierde onderzoek dat sinds de jaren negentig had plaatsgevonden binnen het aandachtsgebied ‘Literatuuropvattingen in het perspectief van het literaire veld’. Het project en allerlei uitvloeisels daarvan hebben een grote invloed gehad op de letterkundige neerlandistiek. Toen hoogleraren moderne Nederlandse letterkunde Jos Joosten en Thomas Vaessens in 2004 de balans van het vak opmaakten, stelden ze vast dat de Franse socioloog Pierre Bourdieu, wiens veldtheorie een sterke invloed heeft gehad op de ‘institutionele literatuursociologie’ die in  centraal staat, veruit de vaakst geciteerde theoreticus was binnen de letterkundige neerlandistiek (Joosten & Vaessens 2004).

In de jaren sinds het verschijnen van het boek is er veel veranderd in de literatuur, zowel in de literaire infrastructuur als in de neerlandistiek. Dat roept de vraag op in hoeverre de inzichten uit  (nog) adequaat zijn om de ontwikkelingen rond de literaire infrastructuur te kunnen analyseren, duiden en begrijpen. In deze beschouwing bekijken wij wat de consequenties van die ontwikkelingen zijn voor de manier waarop het door Dorleijn en Van Rees gepresenteerde schema van het literaire veld aan het eind van de twintigste eeuw (zie Figuur 1) de literaire infrastructuur weergeeft. Nadat we dit schema uitvoeriger hebben geïntroduceerd, staan we in eerste instantie stil bij de vraag welke fenomenen erin ontbreken, zowel vanuit contemporain als historisch perspectief. Vervolgens signaleren we – vanuit onze eigen standplaatsgebondenheid – dat het schema, zoals dat in  wordt voorgesteld en uitgewerkt, een minder objectieve weergave van de literaire infrastructuur is dan Dorleijn en Van Rees het doen voorkomen. Zo is het schema niet verfijnd genoeg om de complexiteit van de literaire infrastructuur te analyseren en daarmee homogeniserend van aard. Ook lijkt het schema vanuit een top-downperspectief op de literaire infrastructuur tot stand gekomen.

We vinden het van belang deze discussie te openen en onze kanttekeningen te publiceren, omdat er in het vakgebied een overkoepelende tekst ontbreekt waarin het schema van Dorleijn en Van Rees vanuit een actueel perspectief tegen het licht wordt gehouden.In die zin hopen we dat deze bijdrage van pas komt in het onderwijs aan studenten Nederlandse literatuur op bachelor- en masterniveau en leraren Nederlands in opleiding.

Lees het volledige artikel hier.

De drager van taal maakt uit

Voor het 30-jarige jubileum van Neerlandistiek.nl vroeg het platform een groot aantal neerlandici wat voor hun het belangrijkste inzicht is uit de neerlandistiek waar iedereen van op de hoogte zou moeten zijn. De onderwerpen van deze inzichten zijn bijna even divers als hun inzenders die van jong tot oud uit binnen- en buitenland komen.

In dat kader schreef ik een bijdrage onder de kop ‘De drager van taal maakt uit’.

Hier vind je een overzicht van alle stukken.

Abraham Kuyperlezing van Babs Gons

Wat was dit een feest! Babs Gons vroeg mij het programma rond haar Abraham Kuyperlezing te hosten tijdens het Déjà VU Festival in Amsterdam op 16 juni 2022.

Babs Gons droeg een deel voor uit haar boek over spoken word, Rachel Rumai Diaz en Onias Landveld traden op met spoken word, Shishani verzorgde de muziek en Wim Manuhutu en Kathleen Ferrier reageerden op de lezing van Babs Gons.

  • De hele tekst van Babs Gons over de geschiedenis en waarde van spoken word in hier te vinden als open access boek.
  • De opname van het programma (60 minuten) is hier terug te kijken:

Lees verder

Interview in Utrechts Algemeen Dagblad

Simone Langejan interviewde mij voor de rubriek ‘Hoe is het nu met?’ in het Utrechtse Algemeen Dagblad en Angeliek de Jong lukte het om een portret van mij te maken terwijl mensen in het wild keken naar poëzie in wild 🙂

Als je een abonnement hebt op het AD, kun je het resultaat hier lezen.

Interview op Radio 1

Deze week mocht ik een uur lang op Radio 1 (Omroep Zwart) vertellen over mijn onderzoek naar poëzie. Elif Kan stelde geweldige vragen. Het gesprek werd ’s nachts tussen 02:00 en 03:00 uur uitgezonden en is hier terug te luisteren.

Aan het eind van het gesprek belden enkele luisteraars in. Sommigen waren geschrokken van mijn definitie van poëzie en vonden dat poëzie altijd moet rijmen. Andere luisteraars droegen uit het hoofd Friestalige straatpoëzie voor, legden uit waarom songteksten poëzie kunnen zijn en vertelden prachtig over de kracht van spoken word.

Ik mocht ook de muziek uitkiezen en ik koos voor nummers van Roosbeef, Eefje de Visser en Spinvis. Daarnaast droeg ik poëzie voor van Meliza de Vries, Ester Naomi Perquin en Ellen Warmond, liet ik poëzie horen van Babs Gons, tipte ik boeken van Ellen Deckwitz en uit de reeks woorden temmen én ik raadde de luisteraars De Poëziepodcast aan van Daan Doesborgh.

Beluister het gesprek hier online.

Tweede onderzoeksrapport ‘Ongelijk maar eerlijk’ gepubliceerd

Vandaag is het tweede onderzoeksrapport in de reeks Ongelijk maar eerlijk gepubliceerd. Ik schreef beide delen in opdracht van het Overleg Literaire Organisatoren, Vlaams-Nederlands huis deBuren, de Vlaamse Auteursvereniging en Literatuur Vlaanderen.

Het tweede deel presenteert de resultaten van mijn onderzoek naar eerlijke betaling in het Vlaamse literaire veld, dit keer met focus op de literaire makers. Het eerste onderzoeksrapport kende een focus op de literaire organisatoren.

Dankzij de openheid van alle deelnemers aan dit nieuwe onderzoek kunnen weer nieuwe stappen gezet worden om meer duidelijkheid te creëren in de literaire sector over de correcte verloning van literaire makers. Omdat ik fair practice en fair pay zeer belangrijke thema’s vind, ben ik blij dat ik beide rapporten heb kunnen schrijven in opdracht van organisaties die de situatie ook echt kunnen veranderen.

Hier vind je informatie over het tweede onderzoeksrapport.

Hier vind je informatie over beide rapporten in de reeks Ongelijk maar eerlijk.

 

Toekenning Praemium Erasmianum Dissertatieprijs 2022

Hoera, hoera! Mijn proefschrift Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik van poëzie (2021) heeft de Praemium Erasmianum Dissertaties 2022 toegekend gekregen!

Dit jaar zijn door de selectiecommissie uit de negenendertig nominaties vijf winnende proefschriften geselecteerd. Sinds 1988 kent de Stichting Praemium Erasmianum jaarlijks Dissertatieprijzen toe voor bijzondere dissertaties op het gebied van de Geesteswetenschappen, de Sociale wetenschappen en de Rechtsgeleerdheid. De Dissertatieprijs bestaat uit een bedrag van € 3.000 en een oorkonde. Maximaal vijf prijzen worden toegekend aan jonge onderzoekers in de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen die een proefschrift van bijzonder hoge kwaliteit hebben verdedigd aan een Nederlandse universiteit. Aan de betreffende faculteiten wordt gevraagd kandidaten te nomineren.

De feestelijke uitreiking vindt op 7 juni 2022 plaats in de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen in Amsterdam.

Klik hier voor meer informatie.

Mijn felicitaties gaan uit naar de andere vier winnaars:

Artikel in tijdschrift Nederlandse letterkunde

Nina Geerdink en Marieke Winkler stelden een geweldig themanummer samen voor het tijdschrift Nederlandse letterkunde. Ze vroegen neerlandici het allereerste nummer van dat blad uit 1996 te bekijken en te reflecteren op de ontwikkelingen in ons vakgebied sindsdien.

Ik schreef een artikel over 25 jaar neerlandistisch poëzieonderzoek, op basis van een artikel van Wiljan van den Akker en Gilllis Dorleijn uit dat allereerste nummer.

Hieronder is de Engelstalige abstract van mijn bijdrage te vinden. Het artikel is Nederlandstalig en via deze link voor iedereen toegankelijk tot 1 juni 2022, net als alle andere artikelen uit het nummer.

The very first article of the very first edition of Nederlandse letterkunde in 1996 was an article on poetry. Wiljan van den Akker and Gillis Dorleijn presented an empirical study in which they counted the number of poems that were published in magazines and the number of poetry books that were published in the Netherlands, between 1901 and 1940, by Dutch language poets who were alive at the time. They claim this method enabled them to research the complete production of poetry in that period. However, their choices concerning method and corpus excluded certain types of poetry based on gender, genre, medium and degree of autonomy. Since the publication of their article in 1996, several developments concerning poetry research in the Dutch language area have resulted in a shift from a top-down, book-centric, exclusive and autonomous perspective on poetry, to a bottom-up, media-wide, inclusive and heteronomous perspective on poetry.

Gesprek in het Duits met Christoph Wenzel

Het blijft bijzonder om je eigen woorden terug te lezen in een taal die je niet of niet goed beheerst! Dichter en redacteur Christoph Wenzel en ik gingen schriftelijk met elkaar in gesprek in het Nederlands/Duits/Engels over poëzie in de openbare ruimte. Vervolgens zorgde vertaler en letterkundige Stefan Wieczorek ervoor dat de dialoog in het Duits verscheen in een prachtige uitgave rond het kunstproject SAISONALE in het Kunsthaus Kloster Gravenhorst, dat ligt tussen de Nederlands-Duitse grens en Osnabrück (meer informatie).

Zeer veel dank aan Christoph en Stefan, die overigens in 2016 samen de bloemlezing Polderpoesie. Junge Lyrik aus Flandern und den Niederlanden uitbrachten (meer informatie).