Tour door Centraal-Europa

In oktober 2025 vlogen Elgar en ik naar Boekarest en namen we vier weken de tijd om met de trein helemaal terug naar huis (Utrecht) te reizen. Ik gaf in vijf landen in totaal 14 gastcolleges aan studenten Nederlands.

Hieronder doe ik verslag van onze reis en geef ik vooral informatie die interessant is voor iedereen die interesse heeft in door Centraal-Europa reizen met de trein en alle neerlandici die interesse hebben in het geven van gastcolleges in die regio.

Financiën

Voor het maken van deze reis ontving ik van vier organisaties financiële ondersteuning:

  • €1.729,- van de Taalunie (met veel dank aan Sofie Royeaerd)
  • €50,- van de Universiteit Boekarest (met veel dank aan Alexa Stoicescu)
  • €66,- van DCC, de Bachelorstudie Dutch Language, Literature and Culture in a Central European Context, voor studenten uit Oostenrijk, Polen, Tsjechië, Hongarije en Slowakije (met veel dank aan Małgorzata (Gosia) Dowlaszewicz)
  • €1.017,- van Erasmus Docentenmobiliteit (Staff Mobility) via de Universiteit Utrecht, voor mijn colleges aan de ELTE Universiteit in Boedapest

Tip 1: voor verschillende van deze subsidies zijn de vergoedingen hoger als je (gedeeltelijk) met de trein reist in plaats van met het vliegtuig (‘groene tarieven’).

Tip 2: in Roemenië, Hongarije en Tsjechië zijn er andere valuta dan de Euro. In Oostenrijk en Slowakije gebruiken ze de Euro.

Treinen

We waren enorm tevreden met en onder de indruk van de treinreizen die we maakten in Centraal-Europa. We zaten zo’n 35 uur in de trein (inclusief twee nachttreinen) en hadden in totaal maar 50 minuten vertraging en één deel van een reis waar bussen waren ingezet. Vanuit veel van de treinen genoten we van prachtige uitzichten (onder andere op de Donau) en waren stopcontacten, WiFi en restauratiewagons aanwezig (oftewel: de treinen waren vaak mooier en uitgebreider dan in Nederland).

In de nachttreinen kozen wij beide keren voor de duurste optie (een eigen slaapcabin voor twee personen). Goedkopere opties zijn slaapwagons met meerdere mensen of zitplaatsen.

Tip 1: het is vaak goedkoper om de treinkaartjes te kopen via de treinwebsite van het land zelf, in plaats van internationale websites.

Tip 2: afhankelijk van je leeftijd, je reis en het budget dat je wilt uitgeven aan nachttreinen, kan het goedkoper zijn om een Interrailpas te kopen in plaast van losse treinkaartjes.

Internationale Neerlandistiek

Vraag je je af waarom er zo’n 20.000 mensen in het buitenland op universitair niveau Nederlands studeren, aan 130 universiteiten in 40 landen? Deze vier media besteedden de afgelopen jaren aandacht aan die vraag:

Meer informatie over de Internationale Neerlandistiek vind je op de websites van IVN, Comenius en Neerlandistiek.

Boekarest, Roemenië

Na een korte vlucht van Eindhoven naar Boekarest kwamen we aan in onze AirBnB in het centrum van de stad (Blocul Eva, Bulevardul General Gheorghe Magheru 9). Mijn geweldige collega’s in de Neerlandistiek Alexa Stoicescu, Delia Grosu, Rona Loeffen en Oana Ciuraru verwelkomden mij bij de universitaire opleiding Nederlands aan de Universiteit Boekarest (Strada Pitar Moș 7-13).

Aan zo’n 16 derdejaarsstudenten Nederlands gaf ik college over materialiteit en poëzie, onder andere om ze te inspireren rond het kiezen van hun scriptieonderwerp. Ik liet ze geblinddoekt boeken onderzoeken, om te ervaren welke informatie er in materialiteit kan zitten. Daarna onderzochten we samen enkele non-boek-poëzie-objecten aan de hand van de methode ‘material reading’.

De studenten verrasten zichzelf geregeld door enkel op de tast het genre, de doelgroep en het ouderdom van het boek correct te benoemen.

Met de tweedejaarsstudenten Nederlands – een stuk of 20 – sprak ik over diverse letterkundige benaderingen en pasten we die toe op het gedicht ‘Bommen’ van Paul Rodenko.

De 30 eerstejaarsstudenten waren pas één week ervóór begonnen aan hun opleiding Nederlands, dus met hen keken we de Nederlandstalige documentaire Sprekende stenen (2024) met Engelse ondertiteling. Die film, gemaakt door Suzanne van Leendert, gaat over Utrechtse straatpoëzie en zowel studenten Nederlands in Utrecht als ikzelf werkten aan de documentaire mee. Nadien gaf ik de Roemeense studenten een Engelstalige workshop over straatpoëzie, aan de hand van Nederlandstalige slides.

Donderdagavond 9 oktober 2025 werd dezelfde documentaire vertoond in de residentie van de Nederlandse ambassade in Boekarest (Strada Paris 46). Studenten en docenten Nederlands waren aanwezig, ambassadeur Willemijn van Haaften leidde na de film een groepsgesprek over de film en nadien genoten we van een heerlijk buffet.

Alexa Stoicescu, ik, Rona Loeffen en Oana Ciuraru op bezoek bij de Nederlandse ambassade in Boekarest.

Boedapest, Hongarije

Van Boekarest naar Boedapest reisden we met de nachttrein (16 uur). We vertrokken rond 18:00 uur uit Boekarest en kwamen rond 09:00 uur aan in Boedapest (in Roemenië is het één uur later dan in Hongarije).

De nachttrein van Boekarest van Boedapest was geweldig.

In onze tweepersoonscabine hadden we een eigen tafeltje en bank (die omgetoverd kon worden tot bedden) en zelfs een toilet en douche. Ook was er een stopcontact. De cabines zijn redelijk oud en daarom niet geheel zonder mankementen, maar de reis was een succes. Aan het begin reden we een heel stuk langs de Donau, wat prachtige uitzichten opleverde.

Tip: neem zelf avondeten en ontbijt mee, want er was geen restauratiewagon aanwezig in de nachttrein.

In Boedapest verbleven we in een mooi en ruim AirBnB-appartement aan de Boeda-kant van de stad (Fő utca 8).

Mijn geweldige collega’s in de Neerlandistiek Orsolya (Orsi) Réthelyi en Levente Erős verwelkomden mij op de eerste verdieping van het talengebouw van de Universiteit ELTE (Rákóczi út 5). Aan een groep derdejaars- en masterstudenten Nederlands (zo’n 20) gaf ik een workshop over straatpoëzie, nadat we samen de documentaire Sprekende stenen (2024) keken. De studenten legden zelf verbanden met het poëzie-en-materialiteiten-project dat ze eerder deded rond het werk van Arjaan van Nimwegen.

Met een groep ouderejaarsstudenten Nederlands (zo’n 20) onderzocht ik hoe we samen close reading kunnen toepassen op gedichten. Daarna schreven de studenten zelf een gedicht – dat minstens één neologisme moest bevatten – dat ze ook nog voordroegen. Het college baseerde ik op de doe-boeken-reeks woorden temmen, met focus op de gedichten ’Je had een potlood in je haar’ van Ingmar Heytze en ’Mevrouw Julia doet de ramen open’ van Tjitske Jansen staan centraal. Geweldig was om te zien en horen hoe elementen uit beide gedichten impliciet en expliciet terugkwamen in de zelfgeschreven gedichten.

Met een groep tweedejaarsstudenten Nederlands (zo’n 15) dook ik in de relatie tussen taal, poëzie en identiteit. We lazen en beluisterden spoken word-gedichten van Babs Gons en geïnspireerd door een performancevideo van haar gedicht ‘Polyglot’ schreven de studenten zelf een gedicht over identiteit.

Tijdens mijn ‘Elck syn waerom’-lezing in Boedapest liet ik een fietszadelhoesje met een gedicht van Vrouwkje Tuinman zien.

Tijdens de ‘Elck syn waerom’-lezingenreeks mocht ik een groep universitaire studenten en docenten Nederlands – onder wie, tot mijn vreugde, Judit Gera en Roland Nagy – vertellen over de rol die materialiteit speelt in de betekenistotstandkoming van poëzie. Ik zette de methode rond material reading uiteen en nodigde de aanwezigen uit om aan de hand van enkele non-boek-poëzie-voorwerpen die ik had meegenomen de methode toe te passen.

Nadien interviewde Orsi mij en gaf ze mij namens de opleiding een prachtige druk van Arjaan van Nimwegen kado. De aanweizgen daagden me uit om ter plekke een material reading te geven van het poëzieobject dat ik voor het eerst zag – ontzettend plezierig en interessant om te doen! De middag werd afgesloten met een multitalig (Hongaars en Nederlands) lied dat iedereen zong en me erg ontroerde.

Orsolya (Orsi) Réthelyi, ik en Levente Erős.

Bratislava, Slowakije

Direct na de lezing namen we de trein van Boedapest naar Bratislava. Binnen 2,5 uur waren we in Slowakije. Mijn geweldige collega Benjamin Bossaert haalde ons op van het station en bracht ons per bus, samen met zijn zoontje dat erg van treinen en bussen houdt, naar het zeer mooi gelegen en geweldig ingerichte zolderappartement (Židovská 4716/7, Bratislava-Hrad) aan de voet van het grote vijftiende-eeuwse kasteel dat boven de stad uittorent.

De volgende twee dagen maakte ik ’s ochtend een prachtige zonnige wandeling langs de Donau naar de Vakgroepbibliotheek van de opleiding Nederlands (Gondova 2). Daar ging ik in een cursus van Naomi Buijs met zo’n 10 tweedejaarsstudenten Nederlands aan de slag met lege plekken en neologismen in poëzie en mocht ik met 4 fantastische masterstudenten Nederlands in gesprek gaan over letterkundige benaderingen. Hun niveau was zo hoog – zowel talig als inhoudelijk – dat we uiteindelijk een diepgaand groepsgesprek hadden over het nut van de geesteswetenschappen, de functie van literatuuronderwijs in verschillende landen en taalregio’s en het leven als tolk en vertaler.

Op alle plekken waar ik tijdens deze reis in gesprek mocht gaan met studenten Nederlands ervoer ik een heel grote interesse in en enthousiasme voor de Nederlandse talen, culturen, literaturen en geschiedenissen. De studenten zijn leergierig, staan zeer open voor nieuwe kennis en inzichten en buigen zich graag over nieuwe teksten en opdrachten. Het taalniveau varieert enorm en dat hangt zowel samen met in welk jaar van hun opleiding de studenten zitten als welke taal (of vaker: talen) hun moedertaal zijn. Mijn collega’s hadden mij op voorhand goed ingelicht over het taalniveau per groep en in overleg met hen richtte ik mijn colleges daarop in.

De grootste uitdaging zat vaak in het interactieve aspect van mijn onderwijs. In het Nederlands onderwijssysteem zijn dialogen tussen studenten en docenten, open vragen, eerlijke antwoorden, discussies tussen studenten en groepsgesprekken heel normaal, maar in vele andere onderwijsculturen – waaronder die in deze vijf landen – zijn dit niet de standaardvormen van didactiek. Het benoemen van mijn verwachtingen en wensen, het helder uitleggen van mijn werkvormen en vragen, en het actief en expliciet waarderen van studenten die veel zeiden in college waren technieken die hielpen. Ook ondersteunden mijn collega’s mij voor, tijdens en na colleges vanuit hun expertise en ervaring. Aan hun tips heb ik veel gehad en van het geven van de gastcolleges heb ik veel geleerd.

Benjamin Bossaert en ik.

Wenen, Oostenrijk

Op zondag 19 oktober 2025 namen we de trein van Bratislava naar Wenen. In minder dan 1 uur kwamen we aan in Oostenrijk. We checkten in bij ons hotel (Rathausstraße 17) en daarna aten we uit met mijn geweldige collega’s Emmeline Besamusca en Julia Sommer.

Het deed me veel plezier dat veel studenten hun zelfgeschreven gedichten wilden voordragen – hier werken ze aan hun eigen teksten.

Met zo’n 30 studenten Nederlands ging ik in de cursus van Julia aan de slag met de vraag hoe we samen op een dialogische manier close readings kunnen toepassen op gedichten. Daarna schreven de studenten zelf een gedicht in het Nederlands en droegen enkele hun zelfgeschreven teks voor.

Beide colleges gaf ik in een van de imposante gebouwen van de Universiteit van Wenen (Universitaetsring 1).

Vervolgens verzorgde ik een hoorcollege voor zo’n 60 studenten in de cursus ‘Culture, Society, and History of the Low Countries reflected in Literature’ van Emmeline. Omdat niet alle studenten in de zaal Nederlands studeerden, gaf ik dit college uitzonderlijkerwijs in het Engels.

Ik vertelde over de rol van poëzie tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam op 4 mei en de omslag die de introductie van spoken word op die plek heeft veroorzaakt. Ik liet de studenten enkele gedichten (in vertaling) van de (destijds) scholieren Leonie Beks, Bahar Azizi en Gytha te Nijenhuis en de spoken word-artiest Amara van der Elst lezen en analyseren aan de hand van begrippen uit memory studies. Het college was een bewerking van het hoofdstuk dat ik over dit onderwerp schreef voor de essaybundel 80 keer 2 minuten. Over tachtig jaar herdenken, vieren en het herinneren van de Tweede Wereldoorlog (2025), uitgegeven door Comité 4 en 5 mei en Uitgeverij Boom.

Het was voor mij extra bijzonder om bij Emmeline op bezoek te zijn in Wenen, omdat zij al 11 jaar mijn kamergenoot is aan de Universiteit Utrecht.

Julia Sommer en ik.

Brno, Tsjechië

In ruim 1,5 uur reisden we per trein van Wenen naar Brno in Tsjechië. We verbleven in het prachtige en indrukwekkende Hotel Grand Palace (Šilingrovo nám. 2), waar mijn fantastische collega Sofie Royeaerd mij ’s ochtends kwam ophalen om samen naar de Arna Nováka 1 te reizen, waar ik colleges verzorgde. Ik ontmoette daar ook mijn geweldige collega’s Marta Kostelecká en Daniela Průšová.

Aan zo’n 25 studenten Nederlands gaf ik twee colleges, één over straatpoëzie en één over identiteit en spoken word. Het bijzondere was niet alleen dat zowel BA- als MA-studenten naar mijn gastcolleges kwamen, maar vooral dat ook studenten Nederlands uit Olomouc (Tsjechië) en Wrocław (Polen) naar de Masaryk Universiteit in Brno waren gereisd voor mijn lessen!

Tussen de twee colleges genoten de studenten, collega’s en ik van een heerlijke lunch. Dit alles was te danken aan DCC (via een subsidie van de Taalunie) en aan Sofie Royeaerd en Marta Kostelecká, die alles organiseerden.

Daniela Průšová, Marta Kostelecká, ik en Sofie Royeaerd.

Bulhary, Tsjechië

We huurden in Brno een auto en reden naar het kleine dorpje Bulhary (1 uur), in Moravië, de wijnstreek in het Zuiden van Tsjechië. Daar verbleven we de laatste week van onze reis in een heel leuk huisje in de tuin van een zeer aardige Tsjechische familie.

Met dank aan geweldige tips van Sofie bezochten we een fantastisch regionaal wijnfestival en genoten we van de prachtige heuvels vol herfstkleuren. Ook huurden we fietsen en bezochten we verschillende wijnboeren in de streek. Na de 14 gastcolleges was dit een rustige week waarin we volop konden genieten van onze reis voordat we terugkeerden naar huis.

Praag, Tsjechië

Donderdag 30 oktober 2025 reden we van Bulhary terug naar Brno, waar we de huurauto inleverden en de trein namen naar Praag (2,5 uur). Die trein had 50 minuten vertraging en dat gaf wat stress, want we moesten de nachttrein naar huis halen. Gelukkig kwam het goed en kwamen we op tijd aan in Praag.

Daar stond een grote bus op ons te wachten, omdat het eerste deel van de treinreis met de bus moest, in verband met werkzaamheden. In Dresden stapten we over op de nachttrein, die ons naar Amersfoort bracht, waardoor we vóór 07:00 uur onze voordeur openden in Utrecht. (De trein rijdt ook door naar Amsterdam; dan duurt de gehele treinreis 12,5 uur.) In deze nachttrein was een restauratiewagen aanwezig en ’s ochtends kregen we ontbijt. De bedden, het stopcontact en de wastafel waren weer heel handig; dit keer hadden we geen douche en het toilet was op de gang.

Heel veel dank aan alle collega’s, studenten en subsidieverstrekkers die deze reis mogelijk maakten! Heb je een vraag over onze reis en/of mijn ervaringen op deze tour door Centraal-Europa? Stuur gerust een mail naar k.a.vanderstarre@uu.nl