Een mention door de Raad voor Cultuur

Dit jaar publiceerde de Raad voor Cultuur een adviesrapport aan de sector ‘letteren en bibliotheken’ met de titel De daad bij het woord.

daad bij het woord

Onder het kopje ‘De letteren zijn overal’ parafraseert de Raad een van de conclusies uit mijn onderzoeksrapport Poëzie in Nederland (2017) en verwijst naar dat rapport in een voetnoot. Erg gaaf om te zien dat mijn onderzoeksresultaten worden gebruikt! Op pagina 50 staat te lezen:

Vrijwel iedereen leest, overal en door de hele dag heen. Uit het (lopende) promotieonderzoek naar ‘poëziebeleving in Nederland’ van Kila van der Starre wordt duidelijk dat 97 procent van de volwassenen weleens in aanraking komt met poëzie. Dat gebeurt allang niet meer alleen in bundels, maar ook op gevels van gebouwen, in kranten, op geboortekaartjes, op internet, in theaterzalen, op de radio.

In dit fragment valt mij vooral de zinsnede ‘allang niet meer alleen‘ op. Die formulering doet vermoeden dat poëzie voor lange tijd alleen in bundels werd ervaren en dat er sindsdien veranderingen zijn opgetreden waardoor mensen nu ook in aanraking komen met poëzie op gebouwen, in kranten, op geboortekaartjes, op internet, in theaterzalen en op de radio. Dat is echter niet waar. Poëzie bestaat veel langer dan het boek bestaat en wordt dus ook al veel langer buiten het boek ervaren. Het tegenkomen van poëzie in de openbare ruimte, het ervaren van poëzie rond speciale gelegenheden en het luisteren naar poëzieoptredens zijn typen poëzie-ervaringen die mensen op dit moment niet alleen veel vaker meemaken dan het lezen van poëzie in boeken, maar die ook al veel langer bestaan. Het internet en de radio bestaan natuurlijk wel korter dan het boek, maar de poëzievorm waar die media vooral gebruik van maken – de mondelinge vorm – is de oorspronkelijke vorm van poëzie en bestaat al eeuwen.

In het rapport schetst de Raad voor Cultuur op basis van cijfers uit verschillende onderzoeken enkele verschuivingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden in de sector ‘letteren en bibliotheken’ in Nederland. Die verschuivingen kunnen opgedeeld worden in dalingen en vormen van groei:

  • Verschuivingen in de vorm van dalingen. De tijd die Nederlands besteden aan lezen neemt de laatste jaren af, vooral onder tieners en jongvolwassenen.* Daarnaast neemt het aantal laaggeletterden in Nederland toe, wederom vooral onder jonge mensen. Het aantal boeken dat verschijnt, in alle genres samen, neemt ook af, net als het aantal bibliotheekleden, het aantal bibliotheken, het aantal geschoolde bibliotheekmedewerkers, het aantal medewerkers bij uitgeverijen (het aantal uitgeverijen bleef stabiel), het aantal literatuurprogramma’s op radio en tv, het aantal papieren literaire tijdschriften en de ruimte voor recensies in papieren media.
  • Verschuivingen in de vorm van groei. Na een dalende omzet van boekhandels tussen 2008 en 2014 (een totale daling van 20%), neemt de omzet sinds 2014 weer langzaam toe, waarbij een deel van die groei gerealiseerd wordt door digitale verkooppunten. De afgelopen twee jaar groeide vooral de boekverkoop in de segmenten ‘kinderboeken’, ‘Young Adult’ en ‘non-fictie informatief’.** Feit blijft dat bij zowel boekhandels als uitgeverijen een relatief klein deel van de titels verantwoordelijk is voor een groot deel van de winst. Andere groeiende onderdelen van de letterensector zijn self publishing, literaire podia, schrijversopleidingen, luisterboeken en (al zijn hier nog weinig cijfers over bekend) de verkoop van tweedehandsboeken online.

Het adviesrapport van de Raad voor Cultuur aan de letterensector is uitgebreid, nauwkeurig, helder en actueel. Ik heb echter wel twee belangrijke punten van kritiek:

  • Vanuit mijn onderzoeksperspectief is het verrassend (en hoopgevend) dat de commissie zoveel aandacht besteedt aan non-boekfenomenen in de letterensector, zoals poetry slam, spoken word, literaire festivals, luisterboeken, poëzie-apps en het zomaar tegenkomen van poëzie (voor dat laatste halen ze mijn onderzoeksrapport aan). Hoe genuanceerd het rapport ook is geschreven en hoe breed en open de blik ook is die de auteurs op de letteren werpen, het rapport vervalt uiteindelijk toch in de eeuwenoude, clichématige en mijns inziens overtrokken metafoor waarin de non-boek media een ‘bedreiging’ vormen voor ‘de letteren’. De Raad schrijft bijvoorbeeld: ‘Toch moet vastgesteld worden dat de concurrentie voor de letteren groter is dan voorheen.’ en: ‘Daarbij komt dat het lezen als bezigheid onder druk staat door de toenemende concurrentie.’ (50 & 63, mijn cursivering) In mijn te verschijnen proefschrift ga ik uitgebreid in op deze veel gebruikte metafoor. Ik leg uit dat het wat betreft poëzie een overtrokken beeldspraak is. De media die over het algemeen worden gepresenteerd als de grootste ‘bedreigers’, ‘belagers’, ‘aanvallers’, ‘ziektes’ (of welke andere agressieve metafoor dan ook) van ‘de literatuur’ zijn de radio, de televisie en het internet. En laten dat nu juist de media zijn waarin de meeste volwassenen in Nederland poëzie ervaren. Het horen van poëzie op tv staat op de tweede plaats in de lijst met veertig manieren waarop mensen poëzie ervaren. Social media staat in die lijst op de achtste plaats en de radio op de negende. Wat betreft het frequent ervaren van poëzie (één keer per maand of vaker) staat social media zelfs op de eerste plaats. Het lezen van poëzie in boekvorm heeft de top tien niet gehaald; dat is een type poëzie-ervaring dat veel minder vaak voorkomt onder de volwassen bevolking van Nederland. (Zie voor meer hierover mijn rapport Poëzie in Nederland (2017).) De dalingen die de Raad signaleert zijn de realiteit: er wordt minder gelezen in boeken en de laaggeletterdheid stijgt. Maar dit betekent mijns inziens niet dat er minder gelezen wordt in het algemeen en ook niet per se dat er minder literair gelezen wordt. Het uitsluiten van het lezen op social media (zie de voetnoot bij * hieronder), zorgt er bijvoorbeeld voor dat online literaire leeservaringen over het hoofd worden gezien in de kijk op ‘lezen’. Bovendien betekent een daling in de tijd dat mensen boeken lezen ook niet per se dat er minder literatuur ervaren wordt, want lezen is niet de enige manier waarop wij ‘de letteren’ tot ons nemen. Op het gebied van poëzie komt in Nederland het luisteren naar gedichten bijvoorbeeld vaker voor dan het lezen van gedichten.
  • De Raad heeft in het rapport oog voor de rol van het internet in de letterensector, maar volgens mij wordt die rol onderschat. Volgens de Raad blijft het bijvoorbeeld wat betreft de ‘digitale evolutie’ binnen de letteren en ‘het potentieel van digitale platforms’ voor auteurs ‘vooralsnog bij kleinschalige experimenten’. Slechts het werpen van één blik op Gedichten.nl en Instagram maakt duidelijk dat er moeilijk van ‘kleinschalige’ fenomenen gesproken kan worden. Het gedicht ‘de taal’ van Gerrit Kouwenaar werd bijvoorbeeld op 23 juni 2018 op Gedichten.nl geplaatst en is is op die plek sindsdien (binnen twee maanden) bijna 13.000 keer gelezen, om maar een concreet voorbeeld te noemen. Instagramdichters verzamelen online grote groepen volgers (René Oskam heeft op dat platform bijvoorbeeld 15.000 volgers, Lars van der Werf bijna 16.000 en Gewoon JIP 28.000) en hebben grote invloed op de poëzieboekverkoop. In de afgelopen Poëzieweken stonden vooral boeken van Instagramdichters in de top drie best verkochte bundels. Ook niet-Nederlandstalige poëzie speelt op deze manier een rol in de Nederlandse letterensector, zoals de verkoop van de bundel milk and honey van de Indiaas-Canadese Instagramdichter Rupi Kaur laat zien. Van die bundel verkocht Kaur dankzij haar bekendheid op Instagram wereldwijd bijna 3 miljoen exemplaren.

Afbeeldingsresultaat voor rupi kaur milk honey portret

Geïnteresseerd in de rol van het internet voor de poëzie in de 21e eeuw? In mijn te verschijnen proefschrift ga ik uitgebreider in op het fenomeen ‘Instagrampoëzie’. Eerder publiceerde ik een artikel over gedichten die viraal gaan op het internet, met als casus het gedicht ‘OCD’ van Neil Hilborn.

Lees hier het hele rapport van de Raad voor Cultuur.

* Deze conclusie baseert de Raad voor Cultuur op een onderzoek waarbij het om het lezen van boeken, kranten, tijdschriften en folders ging. Het lezen van social media, mail of WhatsApp-berichten werd niet meegerekend. Daarnaast is van belang dat de onderzoekers van dat aangehaalde onderzoek concluderen dat steeds minder mensen lezen en niet dat mensen steeds minder lezen (de leestijd van degenen die lezen loopt dus niet terug). Zie het onderzoeksrapport Media. Tijd in kaart (SCP, 2016 ).

** De bestsellers Gijp, Kieft, Judas, Congo en In Europa vallen bijvoorbeeld ook onder het segment ‘non-fictie informatief’.