Dichters van het nieuwe millennium: evenementen en recensies

Het boek Dichters van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw is juni 2016 verschenen bij Uitgeverij Vantilt. Hoera! Samen met Jeroen Dera en Sarah Posman heb ik het boek samengesteld, geredigeerd en ingeleid. We vroegen 24 literatuurwetenschappers om ieder een hoofdstuk te schrijven over één Nederlandstalige dichter die in of na het jaar 2000 debuteerde.

9789460042669_dichters-van-het-nieuwe-millennium1-1024x918

 

Hieronder vind je meer informatie over het boek, de evenementen rond het boek en de recensies over het boek.

Dit zijn de auteurs van de hoofdstukken en de dichters die centraal staan:

Gaston Franssen over Alfred Schaffer
Henriëtte Louwerse over Rodaan Al Galidi
Matthijs de Ridder over Mark Boog
Obe Alkema over Ramsey Nasr
Carl de Strycker over Geert Buelens
Anneleen de Coux over Maria Barnas
Alex Rutten over Tjitske Jansen
Yves T’Sjoen over Eva Cox
Barbara Fraipont over Vrouwkje Tuinman
Sarah Posman over Hélène Gelèns
Elke Brems over Els Moors
Irene Barbara Kalla over Ester Naomi Perquin
Laurens Ham over Xavier Roelens
Jeroen Dera over Mischa Andriessen
Bram Lambrecht over Tom Vandevoorde
Anja de Feijter over Lies Van Gasse
Kila van der Starre over Lieke Marsman
Fabian Stolk over Annemarie Estor
Dirk de Geest over Delphine Lecompte
Elke Depreter over Ellen Deckwitz
Johan Sonnenschein over Jeroen Mettes
Jan Konst over Maud Vanhauwaert
Jos Joosten over Maarten van der Graaff
Erik Spinoy over Bart van der Straeten


VERKOOPPUNTEN

Op de website van Vantilt kan je de inhoudsopgave en de inleiding van het boek lezen. Ook kan je het boek (zonder verzendkosten) bestellen.

Poëziecentrum Gent biedt het boek met speciale korting aan (in België is er geen vaste boekenprijs). In hun winkel en in hun webshop kost het boek slechts 15 euro. Meer info.

Dichters van het nieuwe millennium is ook verkrijgbaar in verschillende boekhandels in Nederland en Vlaanderen en op Bol.com.


EVENEMENTEN

Eind 2016 en begin 2017 zijn er verschillende evenementen rond het boek georganiseerd:

– Op vrijdag 16 september 2016 gingen verschillende auteurs en dichters uit het boek met elkaar in gesprek in Perdu in Amsterdam. De avond opende met een interview door Perdu-redactielid Dean Bowen met samenstellers Jeroen Dera en Kila van der Starre. Welke keuzes hebben zij gemaakt, waarom en welke gevolgen hebben die? Vervolgens interviewden de dichters Hélène Gelèns, Tjitske Jansen en Maria Barnas hun lezers Sarah Posman, Alex Rutten en Anneleen de Coux. [Helaas moest Maria Barnas afzeggen, waardoor het gesprek tussen haar en Anneleen de Coux niet plaatsvond.]

Perdu heeft een podcast van het evenement op 16 september gemaakt en online geplaatst. Alle onderdelen van het programma zijn online te beluisteren:

* Het interview tussen Dean Bowen, Jeroen Dera en Kila van der Starre.
* Het interview tussen Hélène Gelèns en Sarah Posman.
* Het interview tussen Tjitske Jansen en Alex Rutten.

– Op woensdag 26 oktober 2016 besteedde deBuren in Brussel aandacht aan het boek. Klik hier voor meer info. Het programma zag er als volg uit:

  • Dichter Alfred Schaffer droeg voor uit eigen werk en uit het werk van Jeroen Mettes.
  • Dichter Ester Naomi Perquin droeg voor uit eigenwerk.
  • Samensteller Sarah Posman gaf een inleiding over de positie en functie van poëzie en interviewde Alfred Schaffer en Ester Naomi Perquin.
  • Literatuurwetenschapper Johan Sonnenschein gaf een lezing over de rol van citaten in het werk van Jeroen Mettes.
  • Muzikant Tom America liet in primeur zijn muzikale bewerkingen van de gedichten van Delphine Lecompte horen. Klik hier voor een preview.

– Op donderdag 3 november 2016 organiseerden deBuren en De Reactor in De Brakke Grond in Amsterdam een nascholingsdag voor docenten uit het middelbaar onderwijs in Nederland. Lieke Marsman droeg in het kader van Dichters van het nieuwe millennium enkele gedichten voor, waarna Kila van der Starre haar kort interviewde. Alle aanwezige docenten kregen Dichters van het nieuwe millennium mee naar huis!

– Op zaterdag 5 november 2016 stonden twee dichters en twee academici centraal tijdens een evenement in Poëziecentrum Nederland in Nijmegen. De middag bestond uit twee gesprekken tussen een dichter en een literatuurwetenschapper: dichter Maarten van der Graaff en hoogleraar Jos Joosten (Radboud Universiteit), dichter Ellen Deckwitz en doctoraatonderzoeker Elke Depreter (Vrije Universiteit Brussel).

– Op vrijdag 18 november 2016 organiseerden we in samenwerking met Onderzoekschool Literatuurwetenschap (OSL) een studiemiddag rond het boek in Utrecht, speciaal voor Research Masterstudenten en PhD-onderzoekers. Klik hier voor meer info.

– Op zaterdag 25 maart 2017 organiseerde Literalinea in Amsterdam een groepsdiscussie over Dichters van het nieuwe millennium (de auteurs van het boek waren niet betrokken bij de organisatie van dit evenement). Klik hier voor meer info.

– Op vrijag 16 december 2017 organiseerde Boekhandel Hijman Ongerijmd een evenement rond Dichters van het nieuwe millennium. Gastheer Wim van Til ging in gesprek met literatuurwetenschapper en medesamensteller van het boek, Jeroen Dera. Creative Writing student Jared Meijer en dichter Wout Waanders vulden het gesprek aan en droegen voor. Meer info.


INTERVIEW

Rob de Vos interviewde Jeroen, Sarah en mij voor Meander over het samenstellen van het boek. Het resultaat is hier te vinden: Interview met Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre. ‘Wat zegt dat over de taal die we allemaal spreken?’”


RECENSIES

Er is ondertussen een aantal recensies over ons boek gepubliceerd.

Paul Demets publiceerde een paginagrote recensie in de krant De Morgen (de link leidt naar het artikel achter een betaalmuur) waarin hij alleen maar positief is over Dichters van het nieuwe millennium:

Samenstellers Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre zijn jonge academici die niet gevangen zitten in theoretische denkkaders, maar ze op een intelligente manier inzetten om deuren te openen naar de prille oeuvres van dichters die na het nieuwe millennium gedebuteerd hebben. […] Het is dan ook een verdienste dat deze essaybundel niet vertrekt vanuit een concept, maar concreet vanuit het werk van dichters die er echt toe doen. Alleen op die manier kun je nieuwe lezers voor poëzie winnen. […] De samenstellers verwijzen in hun inleiding naar het boek Poetry and Pedagogy (2006) van Juliana Spahr en Joan Retallack. Zij maken duidelijk dat poëzie kan helpen om na te denken over een gemeenschappelijke, maar niet eenduidige, uniforme identiteit. Daarin slaagt ook deze essaybundel, door veel stemmen niet uit één mond te laten spreken. Dichters van het nieuwe millennium is een overtuigend voorbeeld van de hedendaagse poëziepolyfonie.

In de recensie van Marc van Oostendorp op Neerlandistiek.nl refereerde hij aan ons met de woorden ‘de zeer getalenteerde drie redacteuren’ en schreef hij over het boek:

Dichters van het nieuwe millennium is een fijn vakantieboek omdat het niet alleen een overzicht geeft van de enorme variatie aan dichters die de afgelopen tijd in Nederland en Vlaanderen zijn verschenen – van ieder van hen is een gedicht opgenomen, zodat je ook nog een kleine bloemlezing in huis hebt -, maar ook een parade aan beroemde en minder beroemde, gevestigde en aanstormende literatuurwetenschappers.

Op de website Woest en Ledig besprak Joep van Ruiten Dichters van het nieuwe millennium samen met Olijven moet je leren lezen van Ellen Deckwitz. Over ons boek schreef hij:

De dichters worden op de snijplank gelegd en op wetenschappelijke wijze geanalyseerd. Vooral het hoofdstuk over Maarten van der Graaff, geschreven door Jos Joosten vind ik zo geslaagd dat ik, enthousiast geraakt, in mijn boekenkast op zoek ben gegaan naar de twee bundels die De Graaff heeft uitgebracht.

Ook Erik De Smedt koppelde Olijven moet je leren lezen van Ellen Deckwitz aan ons boek. Op DeReactor.org adviseerde hij:

[Deckwitz] raadt ook aan recensies en interpretaties te lezen. Het onlangs verschenen Dichters van het nieuwe millennium (Vantilt) kon Deckwitz’ leestips nog niet halen, maar is uitstekend geschikt als ‘vervolgcursus’.

Nels Fahner schreef ook in één recensie (in Het Friesch Dagblad) over Olijven moet je leren lezen en Dichters van het nieuwe millennium. Naast enkele kritiekpunten (hij mist Jane Leusink, Albertina Soepboer en Marjolijn van Heemstra in het boek) schrijft hij:

Er staan goede stukken in over tamelijk lastige dichters als Mark Boog, die in verband wordt gebracht met filosofen uit de Stoa, over Hélène Gelens [sic], wier werk refereert aan de werking van tijd.

Huub Beurskens beperkte zich tot de titel van ons boek (en voegde later een postscriptum toe), waarbij hij ook aandacht besteedde aan De Nederlandse literatuur van de 21ste eeuw. Over de twee titels:

Wat mij verbaast: de eenentwintigste eeuw is pas 16 jaar en 6 maanden oud en heeft dus nog maar liefst 83 jaar en 6 maanden te gaan, en nu zijn er al (beschouwelijke) bloemlezingen verschenen van literatuur van deze eeuw.

Hans Puper besprak ons boek op de website van Meander:

De essayisten beschrijven in Dichters van het nieuwe millennium ontwikkelingen waar we nog middenin zitten. Een echt overzicht hebben we daarom nog niet, maar dat is geen probleem. De kracht van het boek ligt in de aanzet tot reflectie en debat.

Maarten Buser beschreef ons boek op LiterairNederland.nl als een ‘uitstekend overzicht van de poëzie van deze eeuw’ en opende zijn recensie als volgt:

Dichters van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw is zo’n boek waar je veel over kunt zeuren, maar dat uiteindelijk toch gewoon geslaagd is.

Hanz Mirck schreef voor Tzum een recensie en concludeerde:

Al met al biedt de bundel een aardig beeld van de moderne poëzie voor studenten en liefhebbers. Laat ik het als een compliment formuleren: juist daarom had ik graag nog meer gelezen, over nog meer dichters van wie ik meer wil weten.

Neerlandistiek.nl besteedde een week lang aandacht aan het boek door iedere dag een gedicht van een besproken dichter en een fragment uit een hoofdstuk online te plaatsen: Fabian Stolk over Annemarie EstorSarah Posman over Hélène Gelèns, Yves T’Sjoen over Eva Cox, Kila van der Starre over Lieke Marsman en een gedicht van Vrouwkje Tuinman.

Ton van ‘t Hof schreef twee korte stukken over het boek op zijn website. In de eerste bespreking zegt hij niet alles aan het boek sterk te vinden (‘niet alle literatuurwetenschappers van wie een stuk is opgenomen drukken zich even gemakkelijk uit’), maar:

Desondanks smul ik van dit boek. Als dichter en poëzieblogger. Van alle zin en onzin die er in staat. Soms weet een stuk me de ogen verder te openen, dan weer ben ik een andere mening dan de scribent toegedaan. Maar vervelend wordt het zelden. Lekker hoor!

In zijn tweede bespreking rekent Ton van ‘t Hof uit dat slechts 4.4% van alle Nederlandstalige dichters die in of na het jaar 2000 debuteerden in ons boek terecht zijn gekomen.

Jan van Bergen en Henegouwen schreef een NBD Biblion-recensie (onder andere te lezen in de beschrijving van ons boek op Bol.com), waarin hij opmerkt:

Opvallend is de grondige en erudiete aanpak.

Ezra Hakze publiceerde in De Boekenkrant een recensie waarin ze schrijft:

Dichters van het nieuwe millenium doet geen allesomvattende uitspraken over de poëzie van nu, maar geeft wel een aantal specifiek eenentwintigste-eeuwse kenmerken. Bijvoorbeeld dat de hedendaagse literatuur ontzettend aanwezig, bedrijvig en multimediaal is. Daarom kon de komst van dit boek natuurlijk niet wachten tot het einde van de eeuw.

Laurens Tieleman besprak ons boek voor Passionate Platform en opent de recensie als volgt:

De poëzie is niet dood. We staan nog lang niet te rouwen aan haar zerk. Leg desnoods bloemen neer voor Lucebert, voor Gorter, voor Vasalis, maar niet voor de poëzie zelf. Integendeel, ze wordt nog kundig in leven gehouden door dichters als Mark Boog, Lieke Marsman en Maarten van der Graaff: de ‘dichters van het nieuwe millennium’.

Gert de Jager schreef voor Neerlandistiek.nl een recensie met de kop ‘De conventies van de geschoolde poëzielezer':

Die poëzie [die centraal staat in het boek, KvdS] vinden de inleiders van Dichters van het nieuwe millennium vooral heterogeen. De heterogeniteit brengen ze in verband met de grote verscheidenheid die de sociale interactie kan aannemen, met de mogelijke variaties in multimedialiteit en met de op alle mogelijke gebieden heersende retoriek waartegen de dichters een ‘tegengeluid’ willen laten horen. Het is de heterogeniteit die in de 24 hoofdstukken die op de inleiding volgen, wordt beklemtoond. […] De 24 auteurs van Dichters van het nieuwe millennium […] zijn niet alleen slimme analytici van gebeurtenissen in het veld, maar ook lezers. Inzicht in de verwachtingspatronen waarmee zij nieuwe poëzie benaderen, geeft misschien meer inzicht in wat kenmerkend is voor die poëzie zelf. […] Wordt vervolgd.

Aan het eind van het artikel stelt De Jager een hele boeiende vraag: wat vertelt de manier waarop de auteurs in ons boek poëzie lezen ons over die poëzie? In deel 2 van zijn recensie reflecteert hij op ons boek in vergelijking met Postmoderne poëzie in Nederland en Vlaanderen uit 2003 van Thomas Vaessens en Jos Joosten. Volgens De Jager heeft de poëzie van het nieuwe millennium de norm van de innerlijke coherentie op een hoger niveau afgedaan, maar wordt er van de authenticiteit van het lyrisch subject met een eigen, herkenbare stem veel minder afstand genomen. Wat opvallend afwezig is in ons boek, stelt De Jager, is poëzie die tot stand komt dankzij onpersoonlijke procedés. Het woord ‘flarf’ valt bijvoorbeeld niet één keer. Waar het wel om lijkt te gaan is een ervaring, niet van sublimiteit, maar van de dagelijkse werklijkheid, zoals ‘uitwassen van het laatkapitalisme, het Nederlandse asielbeleid, eigen gedachtespinsels, alledaagse vervreemding, alledaagse wonderen, alledaagse gekte’. De Jager sluit het tweede deel als volgt af:

Een dichter anno 2016 wandelt rond in een werkelijkheid en levert ons onthechte observaties van zijn omgeving en zichzelf waarvan geen coherent verhaal te maken is. Het is die staat van onthechting die de lezer blijkbaar zoekt en herkent.

Jogchum Zijlstra schreef in het Nederlands Dagblad een recensie over de bloemlezing Dichters buiten de bundel, samengesteld door Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens, en bespreekt daarin ook ons boek dat hij ‘een bijzondere publicatie’ noemt:

Met deze bundel bewijzen de wetenschappers de ervaren poëzielezer echter beslist een dienst. Het zijn geen teksten ter kennismaking. De nodige voorkennis en ervaring met het lezen van beschouwingen over poëzie is een vereiste. Zijn die beschikbaar, dan helpen deze besprekingen absoluut om beter en dieper door te dringen in de poëzie en daardoor er ook meer van te kunnen genieten.

Erik De Smedt recenseerde ons boek in het tijdschrift Streven (december 2016, p. 1044-1045):

Dichters van het nieuwe millennium roept veel prikkelende vragen, op, vult de leemte tussen de vluchtige en soms te voorspelbare eerste bevindingen in recensies en de voor studenten en poëzielezers vaak onbereikbare (en soms gewoon afwezige) analyses van hedendaagse Nederlandstalige poëzie in vaktijdschriften en brengt het lezen van eenentwintigste-eeuwse dichters binnen handbereik. Lucebert, de overleden dichter naar wie in dit boek het meest verwezen wordt, werd ooit gevraagd: ‘Is kunst zaak van een elite?’ Zijn antwoord was: ‘Ja, van de elite van de geest, maar daar kan in principe iedereen toe behoren’. Een introductie als deze is het toegangskaartje.

Yvan de Maesschalck schreef een uitgebreide recensie voor MappaLibri:

Het essayboek maakt duidelijk dat de jonge poëzie van deze eeuw het papier als enige of belangrijkste tekstdrager allang heeft opzijgeschoven. Poëzie komt tot bij de lezer/luisteraar/liefhebber via alle denkbare kanalen en in alle mogelijke vormen/formats, waarbij een voorliefde voor performance, podiumoptredens, voorlees- en slamsessies, muzikale omlijsting, digitale verwerking én de klassieke/gedrukte presentatie van gedichten naast elkaar bestaan, elkaar aanvullen en over elkaar heen buitelen. Daardoor ontstaat het beeld van een wervelende, vitale, levenskrachtige poëzie die haar eigen grenzen onophoudelijk verlegt en, op enkele uitzonderingen na, uitdagend en experimenteel wil zijn. Wie met de dichters van dit soort poëzie wil kennismaken, moet zich beslist deze essays aanschaffen.

Rik Vangangelt recenseerde ons boek voor Vooys (nummer 34.4, p. 76-79) en sloot af met de woorden:

Ik heb de bundel – zowel de inleiding als de bijdragen – met plezier gelezen. Niet alleen zorgen de hoofdstukken voor een nieuwe blik op de dichters, ook stimuleren de samenstellers overdenking van het poëtische veld van de eenentwintigste eeuw tot nu. Na het lezen heb ik een bundel van Rodaan Al Galidi besteld en het stuk over Lieke Marsman heeft mij ertoe gezet mijn opinie over haar te overdenken. Mijn advies: gebruiken in de collegebanken.

Wiel Kusters recenseerde ons boek in Poëziekrant 41.1 en kaartte de relatie tussen academisch en kritisch schrijven over poëzie aan:

Op zich is het toe te juichen dat de letterenfaculteiten intensieve aandacht besteden aan de poëzie van de nieuwe generatie, zoals in deze bundel gebeurt. Toch vrees ik ook wel eens dat juist het verkommeren van de niet-academische poëziekritiek in met name de dagbladen, een vertekend beeld kan gaan opleveren van wat poëzie voor een niet-ingewijd publiek kan betekenen.

Piet Gerbrandy noemde ons boek in Ons Erfdeel 60.1 ‘een moedig project’, ‘een voorbeeldige momentopname van wat er anno 2016 in de Nederlandstalige poëzie aan de hand is’ en ‘een bundel die voortreffelijk in zijn opzet is geslaagd’.

Siebe Bluijs recenseerde ons boek voor Spiegel der Letteren (58.4) en schreef:

De bundels is niet bedoeld als canon, maar als gebruiksobject met het oog op het onderwijs. In die opzet zijn de samenstellers geslaagd. De bundel biedt een mooi overzicht van wat het contemporaine Nederlandstalige poëzielandschap te bieden heeft. Dat de eenentwintigste-eeuwse poëzie een grote mate van verscheidenheid kent, wordt overtuigend aangetoond door de uiteenlopende stukken.

Gillis Dorleijn schreef op het ‘Platform boekbeoordelingen’ van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- & Letterkunde een recensie over ons boek. Hij geeft aan uit te kijken naar ons volgende project:

Behalve dat deze bundel rijk aan informatie is, stimuleert zij tot verder vragen. Waarom niet echt buiten dat autocyclische kader treden? Waarom niet poëzie en poëtische praktijken op andere voor de hand liggende plaatsen bestuderen? Waarom de hiphop-scene er niet bij betrokken? (Ik had graag een paar nu wel opgenomen dichters gemist voor De Jeugd van Tegenwoordig of Typhoon.) Waarom niet andere digitale plekken erbij betrokken, zoals de talloze sites met rouwpoëzie? Waarom niet de dakloze straatdichter Hilmano van Velzen aandacht gegeven? Waarom niet eens systematisch kijken naar het poëzieonderwijs en dat dan longitudinaal? De mogelijkheden zijn werkelijk onuitputtelijk. We zouden dan veel meer te weten komen over hoe poëzie zich in allerlei maatschappelijke praktijken voordoet, hoe zij feitelijk wordt gebruikt en waarom zij ertoe doet. Dan zouden we natuurlijk wel andere (waaronder empirische) methoden moeten inzetten. Voor de toekomst van de poëzie en het onderzoek naar poëzie zou zoiets goed zijn. Ik acht de redacteuren zonder meer in staat een project op te zetten dat dit soort vragen aangaat en daag hen graag ertoe uit, want Dichters van het nieuwe millennium smaakt naar meer.

Daan Borloo schreef in nummer 74 van RektoVerso een artikel over podiumpoëzie en noemde daarin Dichters van het nieuwe millennium:

Wat meteen opvalt, is dat zo goed als alle 24 opgenomen dichters geregeld op een podium klimmen of een glorierijk verleden hebben in het slamcircuit. Daarvan zijn de samenstellers zich ook bewust. In de inleiding vermelden ze heel even het sociaal-culturele belang van poetryslams[.]

Later in het stuk vult hij aan:

Want poëziebundels mogen dan soms wel de nieuwe underground lijken, publiceren op papier blijft vooralsnog hegemonisch. Zo heeft geen enkele van die 24 geselecteerde ‘dichters van het nieuwe millennium’ niet op papier gepubliceerd. Symbolisch kapitaal vergaren doe je dus nog altijd het best door ook daadwerkelijk van dat podium af te dalen en jezelf te vereeuwigen in inkt – en dat terwijl er zoveel moderne dragers zijn die ook lucht en beeld kunnen capteren. Waarom hebben Van der Starre, Posman en Dera geen dichters opgenomen die louter op een podium naar voren treden? Volgens mij heeft dat in de eerste plaats te maken met het uitblijven van een gedegen podiumpoëziekritiek: wat niet herkauwd wordt, wordt stante pede verteerd en kan daarom niet verschijnen op de radar van jonge academici.

O.W. Dubois schreef op Kameel.nl lovend over ‘de voortreffelijke inleiding van deze bundel die een hoog academisch niveau heeft’ en gaf het boek vier sterren.

Lizet Duyvendak publiceerde een kritische recensie over het ‘door uitgeverij Vantilt als altijd
fraai uitgegeven boek met introducties tot het werk van een aantal in de 21e eeuw gedebuteerde dichters’ in het tijdschrift Internationale Neerlandistiek 55.3, p. 281-284.

Chrétien Breukers schreef drie negatieve blogposts over ons boek (deel 1, deel 2 en deel 3), waarna Roelof ten Napel op Klecks.nl een beschouwing over bovenstaande beschouwingen schreef:

Dit jaar verscheen Dichters van het nieuwe millenium, onder redactie van Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre – via Facebook kreeg ik er het een en ander van mee. Wat me benieuwd maakte waren vooral ook (negatieve) reacties van mensen op de inleiding, of zelfs maar op de titel. Ik heb net als die mensen inmiddels de titel en de inleiding gelezen, dus zie ik mijn kans schoon om ook een mening te hebben – maar dan over die reacties zelf.

9789460042669_Dichters van het nieuwe millennium